Information about the word starten (Dutch → Esperanto: starti)

Pronunciation/ˈstɑrtə(n)/
Hyphenationstar·ten
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) start(ik) startte
(jij) start(jij) startte
(hij) start(hij) startte
(wij) starten(wij) startten
(gij) start(gij) starttet
(zij) starten(zij) startten
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) starte(dat ik) startte
(dat jij) starte(dat jij) startte
(dat hij) starte(dat hij) startte
(dat wij) starten(dat wij) startten
(dat gij) startet(dat gij) starttet
(dat zij) starten(dat zij) startten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
startstart
Participles
Present participlePast participle
startend, startende(zijn) gestart

Usage samples

De auto wilde niet starten.

Translations

Afrikaansvat
Catalancomençar; engegar‐se
Englishstart
Esperantostarti
Frenchdémarrer; partir
Portuguesearrancar; partir; pôr‐se em marcha; pôr‐se em movimento
Spanisharrancar; partir; salir
West Frisianstarte