Informatie over het woord stilstaan (Nederlands → Esperanto: stagni)

Uitspraak/ˈstɪlstan/
Afbrekingstil·staan
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) staan stil(hij) stond stil
(zij) staan stil(zij) stonden stil
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) stilsta(dat hij) stilstonde
(dat zij) stilstaan(dat zij) stilstonden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stilstaand, stilstaande(hebben) stilgestaan

Vertalingen

Afrikaansstagneer
Engelsstagnate
Esperantostagni
Faeröerssteðga; stirðna
Fransstagner
Portugeesestagnar; ficar parado
Spaansatascarse; estancarse