Informatie over het woord stagneren (Nederlands → Esperanto: stagni)

Uitspraak/stɑxˈnerə(n)/
Afbrekingstag·ne·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stagneer(ik) stagneerde
(jij) stagneert(jij) stagneerde
(hij) stagneert(hij) stagneerde
(wij) stagneren(wij) stagneerden
(gij) stagneert(gij) stagneerdet
(zij) stagneren(zij) stagneerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) stagnere(dat ik) stagneerde
(dat jij) stagnere(dat jij) stagneerde
(dat hij) stagnere(dat hij) stagneerde
(dat wij) stagneren(dat wij) stagneerden
(dat gij) stagneret(dat gij) stagneerdet
(dat zij) stagneren(dat zij) stagneerden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stagnerend, stagnerende(hebben) gestagneerd

Voorbeelden van gebruik

Stagnerende vochtigheid is nadelig, een zonnige standplaats gunstig.

Vertalingen

Afrikaansstagneer
Engelsstagnate
Esperantostagni
Faeröerssteðga; stirðna
Fransstagner
Portugeesestagnar; ficar parado
Spaansatascarse; estancarse