Informatie over het woord verspieden (Nederlands → Esperanto: spioni)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verspied(ik) verspiedde
(jij) verspiedt(jij) verspiedde
(hij) verspiedt(hij) verspiedde
(wij) verspieden(wij) verspiedden
(gij) verspiedt(gij) verspieddet
(zij) verspieden(zij) verspiedden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verspiede(dat ik) verspiedde
(dat jij) verspiede(dat jij) verspiedde
(dat hij) verspiede(dat hij) verspiedde
(dat wij) verspieden(dat wij) verspiedden
(dat gij) verspiedet(dat gij) verspieddet
(dat zij) verspieden(dat zij) verspiedden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verspiedverspiedt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verspiedend, verspiedende(hebben) verspied

Vertalingen

Afrikaansbegluur; beloer; spioneer
Duitsbelauschen; spionieren; spähen
Engelsspy
Esperantospioni
Italiaansspiare
Papiamentsspioná
Portugeesespionar
Saterfriesbelusterje; spionierje
Spaansacechar; espiar
Tsjechischšpehovat
Westerlauwers Friesspionearje
Zweedssnoka; speja; spionera