Informatie over het woord Absicht (Duits → Esperanto: intenco)

Uitspraak/ˈapzɪçt/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefAbsichtAbsichten
GenitiefAbsichtAbsichten
DatiefAbsichtAbsichten
AccusatiefAbsichtAbsichten

Vertalingen

Afrikaansbedoeling; plan; voorneme
Deenshensigt
Engelsintent; intention
Esperantointenco
Finsaikomus
Fransdessein; intention; propos
Italiaansintenzione
Maleismaksud
Nederlandsbedoeling; doel; plan; strekking; toeleg; voornemen; intentie
Papiamentsintenshon
Portugeesintenção
SaterfriesApsicht; Ploan
Spaansintención
Tsjechischúmysl; záměr
Turksamaç
Westerlauwers Friesdoel; foarnimmen