Informatie over het woord verkennen (Nederlands → Esperanto: skolti)

Uitspraak/vərˈkɛnə(n)/
Afbrekingver·ken·nen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verken(ik) verkende
(jij) verkent(jij) verkende
(hij) verkent(hij) verkende
(wij) verkennen(wij) verkenden
(gij) verkent(gij) verkendet
(zij) verkennen(zij) verkenden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verkenne(dat ik) verkende
(dat jij) verkenne(dat jij) verkende
(dat hij) verkenne(dat hij) verkende
(dat wij) verkennen(dat wij) verkenden
(dat gij) verkennet(dat gij) verkendet
(dat zij) verkennen(dat zij) verkenden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verkenverkent
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verkennend, verkennende(hebben) verkend

Voorbeelden van gebruik

Hij wilde de verkenners bespieden, die wij met zekerheid konden verwachten, daar ze ons kamp moesten verkennen.
De beide inboorlingen verkenden voor hen uit het pad.

Vertalingen

Afrikaansverken
Engelsscout; reconnoitre
Esperantoskolti
Fransreconnaître