Information about the word schetsen (Dutch → Esperanto: skizi)

Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) schets(ik) schetste
(jij) schetst(jij) schetste
(hij) schetst(hij) schetste
(wij) schetsen(wij) schetsten
(gij) schetst(gij) schetstet
(zij) schetsen(zij) schetsten
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) schetse(dat ik) schetste
(dat jij) schetse(dat jij) schetste
(dat hij) schetse(dat hij) schetste
(dat wij) schetsen(dat wij) schetsten
(dat gij) schetset(dat gij) schetstet
(dat zij) schetsen(dat zij) schetsten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
schetsschetst
Participles
Present participlePast participle
schetsend, schetsende(hebben) geschetst

Translations

Czechnačrtnout; naskicovat; skicovat
Danishplanlægge
Englishadumbrate; outline; sketch
Esperantoskizi; krokizi
Frenchesquisser
Germanentwerfen; skizzieren; zeichnen
Italianprogettare
Portuguesebosquejar; esboçar; rascunhar
Saterland Frisianskizzierje
Spanishabocetar; bosquejar; esbozar