Informatie over het woord affront (Engels → Esperanto: insulti)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/əˈfɹɐnt/
Afbrekingaf·front
Shaw‐alfabet𐑩𐑓𐑮𐑳𐑯𐑑

Vertalingen

Afrikaansbeledig
Catalaansinsultar
Deensfornærme; skælde
Duitsbeleidigen; beschimpfen; schelten; schimpfen; verunglimpfen
Esperantoinsulti
Fransinsulter
IJslandsskamma
Italiaansinsultare; offendere
Luxemburgsbeleedegen; beleidegen
Nederlandsaffronteren; beledigen
Noorsskjelle ut
Papiamentsinsultá; ofendé; falta
Portugeesinjuriar; insultar
Russischбранить
Saterfriesbescheelde; beskeelde; scheelde; schimpje; skeelde; skimpje
Spaansinsultar
Srananafrontu
Westerlauwers Friesrache
Zweedsskälla ut