Informatie over het woord snorren (Nederlands → Esperanto: serĉi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈsnɔrə(n)/
Afbrekingsnor·ren

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) snor(ik) snorde
(jij) snort(jij) snorde
(hij) snort(hij) snorde
(wij) snorren(wij) snorden
(gij) snort(gij) snordet
(zij) snorren(zij) snorden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) snorre(dat ik) snorde
(dat jij) snorre(dat jij) snorde
(dat hij) snorre(dat hij) snorde
(dat wij) snorren(dat wij) snorden
(dat gij) snorret(dat gij) snordet
(dat zij) snorren(dat zij) snorden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
snorsnort
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
snorrend, snorrende(hebben) gesnord

Vertalingen

Afrikaanssoek
Catalaansbuscar; cercar
Deenssøge
Duitsausschauen nach; suchen; aufsuchen; ausschauen
Engelsbe after; look for; search for; seek
Engels (Oudengels)secan
Esperantoserĉi
Faeröersleita eftir
Finsetsiä
Franschercher; railler
Italiaanscercare
Maleiscari
Papiamentsbuska; rista
Portugeesbuscar; investigar; procurar
Saterfriesapsäike; säike; uutkiekje ätter
Schots-Gaelischiarr
Spaansbuscar
Sranansuku
Swahili‐tafuta
Thaisหา
Tsjechischhledat; pátrat
Turksaramak
Zweedsleta; söka