Informatie over het woord zeigen (Duits → Esperanto: indiki)

Uitspraak/ˈtsaɪɡən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) zeige(ich) zeigte
(du) zeigst(du) zeigtest
(er) zeigt(er) zeigte
(wir) zeigen(wir) zeigten
(ihr) zeigt(ihr) zeigtet
(sie) zeigen(sie) zeigten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) zeige(ich) zeigte
(du) zeigest(du) zeigtest
(er) zeige(er) zeigte
(wir) zeigen(wir) zeigten
(ihr) zeiget(ihr) zeigtet
(sie) zeigen(sie) zeigten
Gebiedende wijs
(du) zeige
(ihr) zeigt
zeigen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
zeigend(haben) gezeigt

Vertalingen

Afrikaansaandui; aantoon; wys; aanwys
Catalaansassenyalar; ensenyar; indicar
Deensangive
Engelsdenote; indicate; point out
Esperantoindiki
Finsviitata
Fransdésigner; indiquer
Italiaansindicare; mostrare
Nederlandsaanduiden; aangeven; aanwijzen; beduiden; wijzen; wijzen op
Papiamentsindiká
Portugeesindicar
Saterfriesantjuude; anwiese; wiese
Spaansindicar; señalar
Sranansori
Thaisชี้; ชี้ให้เห็น
Westerlauwers Friesoantsjutte; oanwize
Zweedsutpeka