Informatie over het woord artisjok (Nederlands → Esperanto: artiŝoko)

Uitspraak/ɑrtiˈsjɔk/
Afbrekingar·ti·sjok
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudartisjokken

Voorbeelden van gebruik

Ik overwoog een artisjok uit te graven en een paar kruiden.

Vertalingen

Afrikaansartisjok
Albaneesangjinarja
Catalaanscarxofer; carxofera; escarxofera
Deensartiskok
DuitsArtischocke
Engelsartichoke
Esperantoartiŝoko
Finsartisokka; latva‐artisokka
Fransartichaut
Grieksαγκινάρα
Hongaarsarticsóka
Italiaanscarciofo
Latijncactus
Noorsartisjokk; artiskokk
Poolskarczoch zwyczajny
Portugeesalcachofra; alcachofra hortense
Roemeensanghinare
Russischартишок
SaterfriesArtischocke
Spaansalcachofa; alcachofera; alcaucil
Tsjechischartyčok
Turksenginar
Zweedskronärtskocka