Information about the word onthoofden (Dutch → Esperanto: senkapigi)

Pronunciation/ɔntˈɦovdə(n)/
Hyphenationont·hoof·den
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) onhoofd(ik) onthoofde
(jij) onhoofdt(jij) onthoofde
(hij) onhoofdt(hij) onthoofde
(wij) onthoofden(wij) onthoofden
(gij) onhoofdt(gij) onthoofdet
(zij) onthoofden(zij) onthoofden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) onthoofde(dat ik) onthoofde
(dat jij) onthoofde(dat jij) onthoofde
(dat hij) onthoofde(dat hij) onthoofde
(dat wij) onthoofden(dat wij) onthoofden
(dat gij) onthoofdet(dat gij) onthoofdet
(dat zij) onthoofden(dat zij) onthoofden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
onhoofdonhoofdt
Participles
Present participlePast participle
onthoofdend, onthoofdende(hebben) onthoofd

Usage samples

Twee van de gedode buitenlanders werden onthoofd.
Blijft hij in gebreke dan laat ik de ongelovige schavuit onthoofden.
Sterker nog, Saoedi‐Arabië heeft dit jaar meer mensen onthoofd dan ISIS.
Toen plotseling, geheel onverwachts, sprong Uglúk naar voren en onthoofdde twee van zijn tegenstanders met twee snelle slagen.

Translations

Afrikaansonthoof
Catalandecapitar
Englishbehead; decapitate
Esperantosenkapigi
Faeroeseavhøvda; hálshøgga
Germanenthaupten; köpfen
Italiandecapitare
Latincarnificare
Portuguesedecapitar
Saterland Frisiankopje
Spanishcortar