Informatie over het woord dwaan (Westerlauwers Fries → Esperanto: fari)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) doch(ik) die, diich, dyng
(do) dochst(do) diest, diichst, dyngst
(hy) docht(hy) die, diich, dyng
(wy) dogge(wy) dienen, diene, digen, dyngen
(jimme) dogge(jimme) dienen, diene, digen, dyngen
(sy) dogge(sy) dienen, diene, digen, dyngen
Gebiedende wijs
doch
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dwaand, dwaande(hawwe) dien
Infinitief II
dwaan

Voorbeelden van gebruik

Dan dogge wy it sels.

Vertalingen

Afrikaansbedryf; bedrywe; begaan; doen; maak; pleeg; verrig; vervaardig
Catalaansfer
Deensaflægge; gøre; lave
Duitsabhalten; abstatten; anfertigen; ausführen; begehen; bereiten; bewirken; erledigen; erschaffen; erzeugen; geben; halten; herstellen; hervorbringen; machen; schließen; schneiden; stellen; tun; unterbreiten; verrichten
Engelsdo
Engels (Oudengels)macian; don
Esperantofari
Faeröersgera
Finstehdä
Fransconstruire; fabriquer; faire; opérer; poser
Hawaiaanshana
Hongaarsesinál; tesz
IJslandsgera
Italiaanscommettere; fare
Jiddischמאַכן
Latijnfacere
Luxemburgsmaachen; doen
Maleisbuat; membuat
Nederlandsaanmaken; bedrijven; begaan; afleggen; doen; maken; plegen; stellen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren; verrichten; vervaardigen; uithalen
Noorsgjøre
Papiamentshasi
Poolsczynić; robić
Portugeescometer; confeccionar; executar; fazer; formar
Roemeensface
Russischделать; сделать
Saterfriesdwo; fabriksierje; häärstaale; moakje; produksierje
Schots-Gaelischdèan
Spaanshacer
Sranandu; meki
Swahili‐fanya
Thaisต่อ; ทำ
Tsjechischčinit; dělat; konat; učinit; udělat; vykonat
Turksetmek; yapmak
Zweedsgöra