Information about the word mededelen (Dutch → Esperanto: sciigi)

Pronunciation/ˈmedədelə(n)/
Hyphenationme·de·de·len
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) deel mede(ik) deelde mede
(jij) deelt mede(jij) deelde mede
(hij) deelt mede(hij) deelde mede
(wij) delen mede(wij) deelden mede
(gij) deelt mede(gij) deeldet mede
(zij) delen mede(zij) deelden mede
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) mededele(dat ik) mededeelde
(dat jij) mededele(dat jij) mededeelde
(dat hij) mededele(dat hij) mededeelde
(dat wij) mededelen(dat wij) mededeelden
(dat gij) mededelet(dat gij) mededeeldet
(dat zij) mededelen(dat zij) mededeelden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
deel mededeelt mede
Participles
Present participlePast participle
mededelend, mededelende(hebben) medegedeeld

Usage samples

Zij deelden vanochtend in een gesprek met een vertegenwoordiger van Reuter mede, dat zij de toestand niet verontrustend inzien en dat evacuatie van de Nederlanders niet nodig is.
Hij was een zeer geleerd man die graag allerlei merkwaardige bijzonderheden zou hebben medegedeeld omtrent de gewoonten, de geschiedenis en het bestuur van Indië, indien Phileas Fogg de man ware geweest om hem die te vragen.

Translations

Afrikaansaankondig; bekendmaak; bekendstel; meedeel; meld; te kenne gee
Danishmeddele
Englishannounce; convey; inform; tell
English (Old English)acyþan
Esperantosciigi
Faeroeselata vita; siga frá
Frenchapprendre à; faire part de
Germanangeben; ankündigen; benachrichtigen; melden; mitteilen; verkünden; wissen lassen
Greekαγγέλω
Hungariantudat
Italianinsegnare
Polishzawiadomić
Portugueseinformar; noticiar; notificar
Saterland Frisianankännigje; anreeke; meedeele
Spanishdivulgar; enterar; hacer saber; informar
Swedishtillkännagiva
Thaiแจ้ง
West Frisianoansizze