Informatie over het woord meedelen (Nederlands → Esperanto: sciigi)

Uitspraak/ˈmedelə(n)/
Afbrekingmee·de·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) deel mee(ik) deelde mee
(jij) deelt mee(jij) deelde mee
(hij) deelt mee(hij) deelde mee
(wij) delen mee(wij) deelden mee
(gij) deelt mee(gij) deeldet mee
(zij) delen mee(zij) deelden mee
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) meedele(dat ik) meedeelde
(dat jij) meedele(dat jij) meedeelde
(dat hij) meedele(dat hij) meedeelde
(dat wij) meedelen(dat wij) meedeelden
(dat gij) meedelet(dat gij) meedeeldet
(dat zij) meedelen(dat zij) meedeelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
deel meedeelt mee
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
meedelend, meedelende(hebben) meegedeeld

Voorbeelden van gebruik

Dat heeft het koninklijk huis in Kopenhagen meegedeeld.

Vertalingen

Afrikaansaankondig; bekendmaak; bekendstel; meedeel; meld; te kenne gee
Deensmeddele
Duitsangeben; ankündigen; benachrichtigen; melden; mitteilen; verkünden; wissen lassen
Engelsannounce; inform; tell
Engels (Oudengels)acyþan
Esperantosciigi
Faeröerslata vita; siga frá
Fransapprendre à; faire part de
Grieksαγγέλω
Hongaarstudat
Italiaansinsegnare
Poolszawiadomić
Portugeesinformar; noticiar; notificar
Saterfriesankännigje; anreeke; meedeele
Spaansdivulgar; enterar; hacer saber; informar
Thaisแจ้ง
Westerlauwers Friesoansizze
Zweedstillkännagiva