Informatie over het woord spruce (Engels → Esperanto: pimpa)

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Uitspraak/spɹʊs/
Afbrekingspruce
Shaw‐alfabet𐑕𐑐𐑮𐑫𐑕

Vertalingen

Esperantopimpa
Faeröersuppskrýddur
Nederlandszwierig
Spaansagraciado; gentil