Informatie over het woord slingeren (Nederlands → Esperanto: ruliĝi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈslɪŋərə(n)/
Afbrekingslin·ge·ren

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) slinger(ik) slingerde
(jij) slingert(jij) slingerde
(hij) slingert(hij) slingerde
(wij) slingeren(wij) slingerden
(gij) slingert(gij) slingerdet
(zij) slingeren(zij) slingerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) slingere(dat ik) slingerde
(dat jij) slingere(dat jij) slingerde
(dat hij) slingere(dat hij) slingerde
(dat wij) slingeren(dat wij) slingerden
(dat gij) slingeret(dat gij) slingerdet
(dat zij) slingeren(dat zij) slingerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
slingerslingert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
slingerend, slingerende(hebben) geslingerd

Vertalingen

Engelsroll
Esperantoruliĝi