Informatie over het woord fractuur (Nederlands → Esperanto: rompo)

Uitspraak/frɑkˈtyːr/
Afbrekingfrac·tuur
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk
Meervoudfracturen

Vertalingen

Afrikaansskending
Deensbrud
DuitsBrechen; Bruch
Engelsbreach; breaking
Esperantorompo
Fransrupture
Spaansquebradura
Westerlauwers Friesbrek