Informatie over het woord bekijken (Nederlands → Esperanto: rigardi)

Uitspraak/bəˈkɛɪ̯kə(n)/
Afbrekingbe·kijk·en
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bekijk(ik) bekeek
(jij) bekijkt(jij) bekeek
(hij) bekijkt(hij) bekeek
(wij) bekijken(wij) bekeken
(gij) bekijkt(gij) bekeekt
(zij) bekijken(zij) bekeken
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bekijke(dat ik) bekeke
(dat jij) bekijke(dat jij) bekeke
(dat hij) bekijke(dat hij) bekeke
(dat wij) bekijken(dat wij) bekeken
(dat gij) bekijket(dat gij) bekeket
(dat zij) bekijken(dat zij) bekeken
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
bekijkbekijkt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bekijkend, bekijkende(hebben) bekeken

Voorbeelden van gebruik

Hij dacht erover na en bekeek de omgeving waar hij lag met de grootste aandacht.
Aan de andere kant moet ik de zaken van de materiële kant bekijken.
Maar het gevoel dat hij bekeken werd, bleef.

Vertalingen

Afrikaansaankyk; ag; besien; kyk; kyk na; skou; beskou; aanskou
Berbersmmuqqel (ⵎⵎⵓⵇⵇⴻⵍ)
Catalaansesguardar; mirar
Deensbetragte; se på
Duitsanblicken; anschauen; ansehen; blicken; schauen; zuschauen; zusehen; sehen nach; sehen; sich ansehen
Engelslook at; view
Esperantorigardi
Faeröerseygfara; hyggja at; líta at
Finskatsella
Fransregarder
Italiaansguardare
Jiddischקוקן
Latijnspectare
Luxemburgskucken
Maleislihat
Papiamentswak; weita; weta
Poolspatrzeć
Portugeesmirar; observar; olhar
Russischглядеть; посмотреть; смотреть
Saterfriesbekiekje; bekiekje; betrachtje; kiekje; küürje; öögje; ounkiekje; ounkiekje; sjo; toukiekje
Schots-Gaelischamhairc; coimhead; seall
Spaansmirar
Srananluku; waki
Swahili‐tazama
Thaisดู; มอง
Turksbakmak
Westerlauwers Friesachtenearje; achtsje; besjen
Zweedsbeskåda; kika; skåda; titta