Informatie over het woord kijken (Nederlands → Esperanto: rigardi)

Uitspraak/ˈkɛɪ̯kə(n)/
Afbrekingkij·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) kijk(ik) keek
(jij) kijkt(jij) keek
(hij) kijkt(hij) keek
(wij) kijken(wij) keken
(gij) kijkt(gij) keekt
(zij) kijken(zij) keken
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) kijke(dat ik) keke
(dat jij) kijke(dat jij) keke
(dat hij) kijke(dat hij) keke
(dat wij) kijken(dat wij) keken
(dat gij) kijket(dat gij) keket
(dat zij) kijken(dat zij) keken
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
kijkkijkt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
kijkend, kijkende(hebben) gekeken

Voorbeelden van gebruik

Ze liep naar de badkamer en keek in de spiegel.
Toen ik terug was, heb ik meteen gekeken.
Waarom kijken jullie zo kwaad?
Kijk snel op pagina 51 voor meer informatie.
De schimmel hief het hoofd op en bleef naar hem staan kijken.
Cleci ging naar de open deur en keek de nauwe straat in.

Vertalingen

Afrikaansaankyk; ag; besien; kyk; kyk na; skou; beskou; aanskou
Berbersmmuqqel (ⵎⵎⵓⵇⵇⴻⵍ)
Catalaansesguardar; mirar
Deensbetragte; se på
Duitsanblicken; anschauen; ansehen; blicken; schauen; zuschauen; zusehen; sehen nach; sehen; sich ansehen
Engelslook; see; view; watch
Esperantorigardi
Faeröerseygfara; hyggja at; líta at
Finskatsella
Fransregarder
Italiaansguardare
Jiddischקוקן
Latijnspectare
Luxemburgskucken
Maleislihat
Papiamentswak; weita; weta
Poolspatrzeć
Portugeesmirar; observar; olhar
Russischглядеть; посмотреть; смотреть
Saterfriesbekiekje; bekiekje; betrachtje; kiekje; küürje; öögje; ounkiekje; ounkiekje; sjo; toukiekje
Schots-Gaelischamhairc; coimhead; seall
Spaansmirar
Srananluku; waki
Swahili‐tazama
Thaisดู; มอง
Turksbakmak
Westerlauwers Friesachtenearje; achtsje; besjen
Zweedsbeskåda; kika; skåda; titta