Informatie over het woord weigeren (Nederlands → Esperanto: rifuzi)

Uitspraak/ˈʋɛɪ̯ɣərə(n)/
Afbrekingwei·ge·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) weiger(ik) weigerde
(jij) weigert(jij) weigerde
(hij) weigert(hij) weigerde
(wij) weigeren(wij) weigerden
(gij) weigert(gij) weigerdet
(zij) weigeren(zij) weigerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) weigere(dat ik) weigerde
(dat jij) weigere(dat jij) weigerde
(dat hij) weigere(dat hij) weigerde
(dat wij) weigeren(dat wij) weigerden
(dat gij) weigeret(dat gij) weigerdet
(dat zij) weigeren(dat zij) weigerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
weigerweigert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
weigerend, weigerende(hebben) geweigerd

Voorbeelden van gebruik

Hij weigerde die te geven.
En als ik dat weiger?
Maar die weigerde verder een woord te zeggen.
Weigert ge, dan zult ge moeten sterven.
Gbagbo weigert de macht over te dragen aan Ouattara, die door de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie is aangewezen als winnaar van de verkiezingen van afgelopen november.
De vrouwen hadden gewild dat de mannen zich zouden overgeven, maar de mannen hadden geweigerd.

Vertalingen

Afrikaansafwys; bedank; weier
Catalaansrefusar
Deensnægte; vægre sig
Duitsablehnen; abschlagen; ausschlagen; versagen; verweigern; weigern
Engelsdecline; disallow; refuse; reject; deny
Esperantorifuzi
Faeröershavna; sýta
Fransrefuser; rejeter; repousser
IJslandsneita
Italiaansrifiutarsi
Latijnnegare
Maleismenolak
Noorsnekte
Papiamentsnenga
Portugeesindeferir; negar‐se a; recusar
Saterfriesferseeke; fersichtje; ouliene; ouslo; uutslo; Wäigerenge; wäigerje
Spaansrehusar
Srananmombi; weygri
Thaisปฎิเสธ
Westerlauwers Friesôfkitse; ôfwize; wegerje
Zweedsneka; vägra