Informatie over het woord terugschuiven (Nederlands → Esperanto: reŝovi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/təˈrɵxsxœʏ̯və(n)/
Afbrekingte·rug·schui·ven

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schuif terug(ik) schoof terug
(jij) schuift terug(jij) schoof terug
(hij) schuift terug(hij) schoof terug
(wij) schuiven terug(wij) schoven terug
(gij) schuift terug(gij) schooft terug
(zij) schuiven terug(zij) schoven terug
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) terugschuive(dat ik) terugschove
(dat jij) terugschuive(dat jij) terugschove
(dat hij) terugschuive(dat hij) terugschove
(dat wij) terugschuiven(dat wij) terugschoven
(dat gij) terugschuivet(dat gij) terugschovet
(dat zij) terugschuiven(dat zij) terugschoven
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schuif terugschuift terug
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
terugschuivend, terugschuivende(hebben) teruggeschoven

Voorbeelden van gebruik

Joost schoof de grendels terug en opende behoedzaam de buitendeur.
Ten slotte werden er kettingen losgemaakt en grendels teruggeschoven.

Vertalingen

Esperantoreŝovi