Informatie over het woord vrijhouden (Nederlands → Esperanto: rezervi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈvrɛɪ̯ɦɑʊ̯də(n)/
Afbrekingvrij·hou·den

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) hou vrij, houd vrij(ik) hield vrij
(jij) houdt vrij(jij) hield vrij
(hij) houdt vrij(hij) hield vrij
(wij) houden vrij(wij) hielden vrij
(gij) houdt vrij(gij) hieldt vrij
(zij) houden vrij(zij) hielden vrij
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) vrijhoude(dat ik) vrijhielde
(dat jij) vrijhoude(dat jij) vrijhielde
(dat hij) vrijhoude(dat hij) vrijhielde
(dat wij) vrijhouden(dat wij) vrijhielden
(dat gij) vrijhoudet(dat gij) vrijhieldet
(dat zij) vrijhouden(dat zij) vrijhielden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hou vrij, houd vrijhoudt vrij
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
vrijhoudend, vrijhoudende(hebben) vrijgehouden

Voorbeelden van gebruik

Hij zou een tafel voor ons vrijhouden.

Vertalingen

Afrikaansbespreek
Catalaansreservar
Duitsreservieren; vorbehalten; zurückbehalten
Engelsbook; reserve
Esperantorezervi
Faeröersleggja burturav; skila til
Fransréserver
Grieksαγκαζάρω
Italiaansriservare
Poolsrezerwować
Portugeesguardar; reservar
Saterfriesfoarbehoolde; reservierje
Spaansconservar; reservar
Thaisจอง