Informatie over het woord terugroepen (Nederlands → Esperanto: revoki)

Uitspraak/təˈrɵxrupə(n)/
Afbrekingte·rug·roe·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) roep terug(ik) riep terug
(jij) roept terug(jij) riep terug
(hij) roept terug(hij) riep terug
(wij) roepen terug(wij) riepen terug
(gij) roept terug(gij) riept terug
(zij) roepen terug(zij) riepen terug
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) terugroepe(dat ik) terugriepe
(dat jij) terugroepe(dat jij) terugriepe
(dat hij) terugroepe(dat hij) terugriepe
(dat wij) terugroepen(dat wij) terugriepen
(dat gij) terugroepet(dat gij) terugriepet
(dat zij) terugroepen(dat zij) terugriepen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
roep terugroept terug
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
terugroepend, terugroepende(zijn) teruggeroepen

Voorbeelden van gebruik

Door Cartwrights stem werd hij tot de werkelijkheid teruggeroepen.

Vertalingen

Duitswiderrufen
Engelsrecall
Esperantorevoki
Faeröerskalla aftur
Fransrappeler