Information about the word overblijven (Dutch → Esperanto: resti)

Pronunciation/ˈovərblɛɪ̯və(n)/
Hyphenationo·ver·blij·ven
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) blijf over(ik) bleef over
(jij) blijft over(jij) bleef over
(hij) blijft over(hij) bleef over
(wij) blijven over(wij) bleven over
(gij) blijft over(gij) bleeft over
(zij) blijven over(zij) bleven over
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) overblijve(dat ik) overbleve
(dat jij) overblijve(dat jij) overbleve
(dat hij) overblijve(dat hij) overbleve
(dat wij) overblijven(dat wij) overbleven
(dat gij) overblijvet(dat gij) overblevet
(dat zij) overblijven(dat zij) overbleven
Imperative mood
Singular/PluralPlural
blijf overblijft over
Participles
Present participlePast participle
overblijvend, overblijvende(zijn) overgebleven

Usage samples

Dan blijven er nog twee over.
Van de twaalf metgezellen van Thorin waren er tien overgebleven.

Translations

Afrikaansaanbly; bly
Catalanquedar; restar; romandre
Danishforblive
Englishremain
English (Old English)belifan; ætsittan
Esperantoresti
Faeroesesteðga; vera eftir; verða verandi
Finnishjäädä
Frenchrester
Germanbleiben; ruhen; sich aufhalten; übrigbleiben
Italianrestare; rimanere; stare
Latinmanere
Luxemburgishbleiwen
Malaymenginap
Norwegianbli
Papiamentokeda
Polishzostawać
Portugueseficar; permanecer; restar
Romanianrămâne; sta
Russianоставаться; остаться
Saterland Frisianblieuwe; uurblieuwe
Scottish Gaelicfan; fuirich
Spanishpermanecer; quedarse
Srananfika; tan
Swahili‐kaa
Swedishförbli; förbliva; stanna
Thaiเหลือ; อยู่; อาศัย; อาศัยอยู่
Welsharos
West Frisianbliuwe