Informatie over het woord herstellen (Nederlands → Esperanto: restarigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ɦɛrˈstɛlə(n)/
Afbrekingher·stel·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) herstel(ik) herstelde
(jij) herstelt(jij) herstelde
(hij) herstelt(hij) herstelde
(wij) herstellen(wij) herstelden
(gij) herstelt(gij) hersteldet
(zij) herstellen(zij) herstelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) herstelle(dat ik) herstelde
(dat jij) herstelle(dat jij) herstelde
(dat hij) herstelle(dat hij) herstelde
(dat wij) herstellen(dat wij) herstelden
(dat gij) herstellet(dat gij) hersteldet
(dat zij) herstellen(dat zij) herstelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
herstelherstelt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
herstellend, herstellende(hebben) hersteld

Vertalingen

Duitswiederherstellen
Engelsrestore
Esperantorestarigi
Fransramener; reconstituer; redresser; relever; restaurer; rétablir
Portugeesreconstituir; restabelecer; restaurar