Informatie over het woord aantreffen (Nederlands → Esperanto: renkonti)

Uitspraak/ˈantrɛfə(n)/
Afbrekingaan·tref·fen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) tref aan(ik) trof aan
(jij) treft aan(jij) trof aan
(hij) treft aan(hij) trof aan
(wij) treffen aan(wij) troffen aan
(gij) treft aan(gij) troft aan
(zij) treffen aan(zij) troffen aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aantreffe(dat ik) aantroffe
(dat jij) aantreffe(dat jij) aantroffe
(dat hij) aantreffe(dat hij) aantroffe
(dat wij) aantreffen(dat wij) aantroffen
(dat gij) aantreffet(dat gij) aantroffet
(dat zij) aantreffen(dat zij) aantroffen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aantreffend, aantreffende(hebben) aangetroffen

Voorbeelden van gebruik

In de zaal van het kasteel trof de tempelier De Bracy aan.

Vertalingen

Afrikaansontmoet; sien; raakloop
Catalaanstrobar
Deensmøde; træffe
Duitsantreffen; begegnen
Engelscome across; encounter; meet; meet with
Engels (Oudengels)gemetan; metan
Esperantorenkonti
Faeröershitta; møta
Finstavata
Fransrencontrer
Hongaarstalálkozik
IJslandshitta; mæta
Italiaansincontrare
Maleisjumpa
Noorsmøte; treffe
Papiamentskontra; topa
Poolsspotykać
Portugeesachar; encontrar
Russischвстречать
Saterfriesanträffe; beloangje; mäite; träffe
Spaanschocar contra; dar con; encontrar; encontrarse con; topar
Srananmiti; tuka
Thaisพบ
Turksbuluşmak
Westerlauwers Friesoantreffe; treffe
Zweedsmöta