Informatie over het woord aanbevelen (Nederlands → Esperanto: rekomendi)

Basis

Uitspraak/ˈambəvelə(n)/
Afbrekingaan·be·ve·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) beveel aan(ik) beval aan
(jij) beveelt aan(jij) beval aan
(hij) beveelt aan(hij) beval aan
(wij) bevelen aan(wij) bevalen aan
(gij) beveelt aan(gij) bevaalt aan
(zij) bevelen aan(zij) bevalen aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanbevele(dat ik) aanbevale
(dat jij) aanbevele(dat jij) aanbevale
(dat hij) aanbevele(dat hij) aanbevale
(dat wij) aanbevelen(dat wij) aanbevalen
(dat gij) aanbevelet(dat gij) aanbevalet
(dat zij) aanbevelen(dat zij) aanbevalen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
beveel aanbeveelt aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanbevelend, aanbevelende(hebben) aanbevolen

Voorbeelden van gebruik

Zij beveelt de raad daarin aan met Kroatië onderhandelingen over het lidmaatschap te openen.
Gij bevaalt uw knechten zachtmoedigheid aan.
Tom Bombadil heeft haar aanbevolen.

Vertalingen

Afrikaansaanbeveel; aanprys; aanteken
Catalaansrecomanar
Deensanbefale
Duitsanpreisen; empfehlen
Engelsrecommend
Esperantorekomendi
Finssuositella
Fransrecommander
Grieks (Oudgrieks)αἰνέω
Italiaansraccomandare; vantare
Maleisanjur … menganjurkan
Papiamentsrekomendá
Poolspolecić
Portugeesrecomendar; registar
Saterfriesämpfeele; anpriesje; offerierje
Spaanscertificar; ensalzar; recomendar
Thaisทะเบียน; แนะ; แนะนำ
Westerlauwers Friesoanbefelje; oanpriizgje; oanpriizje; oanrikkemandearje
Zweedsanbefalla; förorda; rekommendera