Informatie over het woord bieno

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Afbrekingbi·en·o

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefbienobienoj
Accusatiefbienonbienojn

Voorbeelden van gebruik

De 1940 ĝis 1946 li laboris en bieno.

Vertalingen

Afrikaansboereplaas; plaas; boerdery
Catalaanshisenda
Deensbondegård; gård
DuitsBauerngut; Bauernhof; Besitzung; Gut; Landgut
Engelsestate; farm; land; property; ranch
Engels (Oudengels)þorp
Faeröersbóndagarður
Finsmaatila
Fransbien; domaine; fonds; propriété; propriété foncière
Hongaarsgazdaság
IJslandsbú; búgarður; stórbýli
Italiaansbene; fattoria
Latijnvicus; villa; stabulum
Nederlandsbezitting; boerderij; boerenplaats; goed; landgoed; plaats; zate; hoeve
Noorsgård
Portugeesbens de raiz; domínio; fazenda; granja; propriedade; roça; terras
Russischферма; имение
SaterfriesBuuräi; Buurenhoaf; Ploats; Steede
Spaansfinca; propriedad
Welsfferm
Westerlauwers Friesboerepleats; boupleats; pleats
Zweedsbondgård; gård; säteri