Informatie over het woord inhalen (Nederlands → Esperanto: regajni)

Uitspraak/ˈɪnɦalə(n)/
Afbrekingin·ha·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) haal in(ik) haalde in
(jij) haalt in(jij) haalde in
(hij) haalt in(hij) haalde in
(wij) halen in(wij) haalden in
(gij) haalt in(gij) haaldet in
(zij) halen in(zij) haalden in
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) inhale(dat ik) inhaalde
(dat jij) inhale(dat jij) inhaalde
(dat hij) inhale(dat hij) inhaalde
(dat wij) inhalen(dat wij) inhaalden
(dat gij) inhalet(dat gij) inhaaldet
(dat zij) inhalen(dat zij) inhaalden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
haal inhaalt in
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
inhalend, inhalende(hebben) ingehaald

Voorbeelden van gebruik

Maar men kon de verloren tijd toch niet meer inhalen.

Vertalingen

Afrikaansherwin
Duitszurückgewinnen
Engelsrecover
Esperantoregajni
Fransrattraper; regagner
Latijnreparare