Informatie over het woord herhalen (Nederlands → Esperanto: rediri)

Uitspraak/ɦɛrˈɦalə(n)/
Afbrekingher·ha·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) herhaal(ik) herhaalde
(jij) herhaalt(jij) herhaalde
(hij) herhaalt(hij) herhaalde
(wij) herhalen(wij) herhaalden
(gij) herhaalt(gij) herhaaldet
(zij) herhalen(zij) herhaalden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) herhale(dat ik) herhaalde
(dat jij) herhale(dat jij) herhaalde
(dat hij) herhale(dat hij) herhaalde
(dat wij) herhalen(dat wij) herhaalden
(dat gij) herhalet(dat gij) herhaaldet
(dat zij) herhalen(dat zij) herhaalden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
herhaalherhaalt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
herhalend, herhalende(hebben) herhaald

Voorbeelden van gebruik

Maar ik zal het nog eens herhalen.
De onderwijzer herhaalde zijn vraag.
Niettemin―ik kan dit niet genoeg herhalen―was mijn oom een echte geleerde.

Vertalingen

Afrikaansherhaal
Catalaansrepetir
Deensgentage
Duitsals Antwort geben; entgegnen; wiederholen; zurückgeben
Engelsrepeat; say again
Esperantorediri
Fransredire
Papiamentsripití
Portugeesrepetir; replicar
Saterfriesättertälle
Spaansrepetir