Informo pri la vorto weerspiegelen (nederlanda → esperanto: rebrili)

Prononco/ʋerˈspiɣələ(n)/
Dividoweer·spie·ge·len
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) weerspiegel(ik) weerspiegelde
(jij) weerspiegelt(jij) weerspiegelde
(hij) weerspiegelt(hij) weerspiegelde
(wij) weerspiegelen(wij) weerspiegelden
(gij) weerspiegelt(gij) weerspiegeldet
(zij) weerspiegelen(zij) weerspiegelden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) weerspiegele(dat ik) weerspiegelde
(dat jij) weerspiegele(dat jij) weerspiegelde
(dat hij) weerspiegele(dat hij) weerspiegelde
(dat wij) weerspiegelen(dat wij) weerspiegelden
(dat gij) weerspiegelet(dat gij) weerspiegeldet
(dat zij) weerspiegelen(dat zij) weerspiegelden
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
weerspiegelend, weerspiegelende(zijn) weerspiegeld

Uzekzemploj

Onder hem zag hij in de diepte het licht weerspiegeld in water.

Tradukoj

anglareflect
esperantorebrili
germanawiderscheinen
portugalarefletir