Ynformaasje oer it wurd aanbrengen (Nederlânsk → Esperanto: raporti)

Utspraak/ˈambrɛŋə(n)/
Ofbrekingaan·bren·gen
Wurdsoartetiidwurd

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) breng aan(ik) bracht aan
(jij) brengt aan(jij) bracht aan
(hij) brengt aan(hij) bracht aan
(wij) brengen aan(wij) brachten aan
(gij) brengt aan(gij) bracht aan
(zij) brengen aan(zij) brachten aan
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) aanbrenge(dat ik) aanbrachte
(dat jij) aanbrenge(dat jij) aanbrachte
(dat hij) aanbrenge(dat hij) aanbrachte
(dat wij) aanbrengen(dat wij) aanbrachten
(dat gij) aanbrenget(dat gij) aanbrachtet
(dat zij) aanbrengen(dat zij) aanbrachten
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
breng aanbrengt aan
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
aanbrengend, aanbrengende(hebben) aangebracht

Oarsettingen

Afrikaanskmeld; aanmeld
Deenskmeddele
Dútskangeben; berichten; melden; rapportieren; referieren
Esperantoraporti
Finskselostaa
Frânskrapporter
Fryskoanbringe
Gryksk (Aldgryksk)ἀγγέλω; ἀγγέλλω
Ingelskgive an account; report
Ingelsk (Aldingesk)abeodan
Katalaanskinformar; referir; relatar; reportar
Portegeeskcomunicar; fazer relatório de; referir; relatar
Sealterfryskanreeke; begjuchte; mäldje; rapportierje; referierje
Spaanskdictaminar; informar; referir
Sweedskrapportera
Taiskแจ้ง