Informatie over het woord band (Nederlands → Esperanto: rando)

Uitspraak/bɑnt/
Afbrekingband
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudbanden

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
bandjebandjes

Vertalingen

Afrikaansrant
Catalaansmarge; vora
Deenskant; rand
DuitsGrat; Kante; Rand; Saum
Engelsborder; brim; brink; edge; edging; fringe; margin; rim; verge
Esperantorando
Finsreuna
Fransbord; lisière
IJslandsegg
Italiaansorlo
Latijnlabrum; limbus; ora
LuxemburgsRand
Papiamentsrant
Portugeesborda
Russischборт
SaterfriesÄgge; Boud; Kaante; Raant; Soom
Spaansborde; linde; orilla
Srananlanki
Tsjechischlem; obruba; okraj
Zweedsrand