Informatie over het woord inrichting (Nederlands → Esperanto: aranĝo)

Uitspraak/ˈɪnrɪxtɪŋ/
Afbrekingin·rich·ting
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Vertalingen

Afrikaansakkoord; beskikking; maatreël; aankleding; reëling
Deensanlæg; indretning; arrangement
DuitsAnlaß; Anordnung; Arrangement; Bearbeitung; Einigung; Einrichtung; Einteilung; Ordnung; Übereinkunft; Veranstaltung; Zusammenstellung
Engelsarrangement; lay‐out
Esperantoaranĝo
Fransconstruction; disposition
IJslandsinnrétting
Italiaansaccomodamento
Noorsinnredning
Papiamentsmedida
Poolsimpreza; urządzenie
Portugeesarranjo; disposição
SaterfriesIengjuchtenge; Touhoopestaalenge
Spaansacuerdo; arreglo; construcción
Westerlauwers Friesakkoart; maatregel
Zweedsinredning