Informatie over het woord waarmaken (Nederlands → Esperanto: pruvi)

Uitspraak/ˈʋaːrmakə(n)/
Afbrekingwaar·ma·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) maak waar(ik) maakte waar
(jij) maakt waar(jij) maakte waar
(hij) maakt waar(hij) maakte waar
(wij) maken waar(wij) maakten waar
(gij) maakt waar(gij) maaktet waar
(zij) maken waar(zij) maakten waar
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) waarmake(dat ik) waarmaakte
(dat jij) waarmake(dat jij) waarmaakte
(dat hij) waarmake(dat hij) waarmaakte
(dat wij) waarmaken(dat wij) waarmaakten
(dat gij) waarmaket(dat gij) waarmaaktet
(dat zij) waarmaken(dat zij) waarmaakten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
maak waarmaakt waar
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
waarmakend, waarmakende(hebben) waargemaakt

Vertalingen

Catalaansdemostrar; provar
Deensbevise
Duitsbegründen; beweisen; erhärten
Engelsprove
Esperantopruvi
Finsnäyttää toteen
Fransdémontrer; prouver
Italiaansprovare
Jiddischפּרואװן
Latijnexperiri; probare
Maleismembuktikan
Papiamentspreba; proba
Portugeesdemostrar; fazer prova de; provar
Saterfriesbegründje; bewiese
Spaansdemostrar; probar
Westerlauwers Friesbewize; oantoane
Zweedsbevisa