Information about the word uitwijzen (Dutch → Esperanto: pruvi)

Part of speechverb
Pronunciation/ˈœʏ̯tʋɛɪ̯zə(n)/
Hyphenationuit·wij·zen

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(hij) wijst uit(hij) wees uit
(zij) wijzen uit(zij) wezen uit
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat hij) uitwijze(dat hij) uitweze
(dat zij) uitwijzen(dat zij) uitwezen
Participles
Present participlePast participle
uitwijzend, uitwijzende(hebben) uitgewezen

Usage samples

Onderzoek moet nog uitwijzen of het inderdaad om de vermiste parkbezoeker gaat.

Translations

Catalandemostrar; provar
Danishbevise
Englishprove
Esperantopruvi
Finnishnäyttää toteen
Frenchdémontrer; prouver
Germanbegründen; beweisen; erhärten
Italianprovare
Latinexperiri; probare
Malaymembuktikan
Papiamentopreba; proba
Portuguesedemostrar; fazer prova de; provar
Saterland Frisianbegründje; bewiese
Spanishdemostrar; probar
Swedishbevisa
West Frisianbewize; oantoane
Yiddishפּרואװן