Informatie over het woord stijven (Nederlands → Esperanto: provizi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stijf(ik) stijfde
(jij) stijft(jij) stijfde
(hij) stijft(hij) stijfde
(wij) stijven(wij) stijfden
(gij) stijft(gij) stijfdet
(zij) stijven(zij) stijfden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) stijve(dat ik) stijfde
(dat jij) stijve(dat jij) stijfde
(dat hij) stijve(dat hij) stijfde
(dat wij) stijven(dat wij) stijfden
(dat gij) stijvet(dat gij) stijfdet
(dat zij) stijven(dat zij) stijfden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stijfstijft
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stijvend, stijvende(hebben) gestijfd

Vertalingen

Catalaansfornir; proveir
Duitsanschaffen; ausstatten; versehen; versorgen
Engelsadminister; provide; serve; supply
Esperantoprovizi
Faeröersbúgva út; gera út
Fransmunir; pourvoir
Portugeesabastecer; prover; suprir
Saterfriesanschafje; anskafje; besuurgje; ferschafje; ferskafje
Spaansabastecer; proveer