Informatie over het woord verspreiden (Nederlands → Esperanto: propagandi)

Uitspraak/vərˈsprɛɪ̯də(n)/
Afbrekingver·sprei·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verspreid(ik) verspreidde
(jij) verspreidt(jij) verspreidde
(hij) verspreidt(hij) verspreidde
(wij) verspreiden(wij) verspreidden
(gij) verspreidt(gij) verspreiddet
(zij) verspreiden(zij) verspreidden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verspreide(dat ik) verspreidde
(dat jij) verspreide(dat jij) verspreidde
(dat hij) verspreide(dat hij) verspreidde
(dat wij) verspreiden(dat wij) verspreidden
(dat gij) verspreidet(dat gij) verspreiddet
(dat zij) verspreiden(dat zij) verspreidden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verspreidverspreidt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verspreidend, verspreidende(hebben) verspreid

Vertalingen

Afrikaanspropageer
Catalaansfer propaganda
Engelspropagate; spread
Esperantopropagandi
Faeröersgeva upplýsing; mæla fyri
Franspropager
Papiamentspropagá
Portugeesfazer propaganda de