Informatie over het woord apotheker (Nederlands → Esperanto: apotekisto)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/apoˈtekər/
Afbrekinga·po·the·ker
Geslachtmanlijk
Meervoudapothekers

Voorbeelden van gebruik

Onder meer apothekers en ambtenaren liepen mee in een stakingsoptocht uit protest tegen de hervormingen.
Hasmun is een apotheker, hoewel de geruchten van een magiër spreken.
„Komaan!” hernam de oude apotheker, „waarmee kan ik de heren van dienst zijn?”

Vertalingen

Afrikaansapteker
Albaneesfarmacist
Deensapoteker
Engelsapothecary; chemist; dispensing chemist; pharmaceutical chemist; pharmacist
Esperantoapotekisto
Fransapothicaire; pharmacien
Grieksφαρμακοποιός
Italiaansfarmacista
Papiamentsbotikario
Portugeesboticário; farmacêutico
Russischаптекарь
SaterfriesAptäiker
Spaansboticario; farmacéutico
Srananapteykriman; apteykri
Tsjechischlékárník
Westerlauwers Friesapteker
Zweedsapotekare