Informatie over het woord beramen (Nederlands → Esperanto: projekti)

Uitspraak/bəˈramə(n)/
Afbrekingbe·ra·men
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) beraam(ik) beraamde
(jij) beraamt(jij) beraamde
(hij) beraamt(hij) beraamde
(wij) beramen(wij) beraamden
(gij) beraamt(gij) beraamdet
(zij) beramen(zij) beraamden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) berame(dat ik) beraamde
(dat jij) berame(dat jij) beraamde
(dat hij) berame(dat hij) beraamde
(dat wij) beramen(dat wij) beraamden
(dat gij) beramet(dat gij) beraamdet
(dat zij) beramen(dat zij) beraamden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
beraamberaamt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
beramend, beramende(hebben) beraamd

Voorbeelden van gebruik

Het kan ook zijn dat zij iets beramen.

Vertalingen

Afrikaansberaam; beraam
Deensplanlægge
Duitsentwerfen; planen; projektieren
Engelsplan; project
Esperantoprojekti; planizi
Faeröersráðleggja
Fransprojeter
Italiaansprogettare
Portugeesplanejar; projectar
Saterfriesploanje; projektierje
Spaansproyectar; tramar