Informatie over het woord wikken (Nederlands → Esperanto: pripensi)

Uitspraak/ˈʋɪkə(n)/
Afbrekingwik·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) wik(ik) wikte
(jij) wikt(jij) wikte
(hij) wikt(hij) wikte
(wij) wikken(wij) wikten
(gij) wikt(gij) wiktet
(zij) wikken(zij) wikten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) wikke(dat ik) wikte
(dat jij) wikke(dat jij) wikte
(dat hij) wikke(dat hij) wikte
(dat wij) wikken(dat wij) wikten
(dat gij) wikket(dat gij) wiktet
(dat zij) wikken(dat zij) wikten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
wikwikt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
wikkend, wikkende(hebben) gewikt

Voorbeelden van gebruik

Maar het al jaren slepende conflict was nooit opgelost en Bernheim Aristide Laderach had na lang en zorgvuldig wikken en wegen ten slotte zijn tegenstander uitgedaagd op de wijze die gebruikelijk was.

Vertalingen

Afrikaansbedink; hom besin; oorweeg; wik; dink; nadink
Catalaansmeditar; reflexionar; rumiar
Deenssynes
Duitsbedenken; sich überlegen; sinnen; nachdenken
Engelsponder; reflect; reflect on; think; think about; give thought
Esperantopripensi
Fransréfléchir
Poolsprzemyśleć
Portugeespensar; refletir
Saterfriesbetoanke; sik uurlääse
Spaansmeditar; reflexionar
Zweedsbegrunda; besinna; betänka; övertänka