Informatie over het woord overdenken (Nederlands → Esperanto: pripensi)

Uitspraak/ovərˈdɛŋkə(n)/
Afbrekingo·ver·den·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) overdenk(ik) overdacht
(jij) overdenkt(jij) overdacht
(hij) overdenkt(hij) overdacht
(wij) overdenken(wij) overdachten
(gij) overdenkt(gij) overdacht
(zij) overdenken(zij) overdachten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) overdenke(dat ik) overdachte
(dat jij) overdenke(dat jij) overdachte
(dat hij) overdenke(dat hij) overdachte
(dat wij) overdenken(dat wij) overdachten
(dat gij) overdenket(dat gij) overdachtet
(dat zij) overdenken(dat zij) overdachten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
overdenkoverdenkt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
overdenkend, overdenkende(hebben) overdacht

Voorbeelden van gebruik

U kunt nu gaan en overdenken wat ik u gezegd heb.

Vertalingen

Afrikaansbedink; hom besin; oorweeg; wik; dink; nadink
Catalaansmeditar; reflexionar; rumiar
Deenssynes
Duitsbedenken; sich überlegen; sinnen; nachdenken
Engelsponder
Esperantopripensi
Fransréfléchir
Poolsprzemyśleć
Portugeespensar; refletir
Saterfriesbetoanke; sik uurlääse
Spaansmeditar; reflexionar
Zweedsbegrunda; besinna; betänka; övertänka