Informatie over het woord bedehuis (Nederlands → Esperanto: preĝejo)

Uitspraak/ˈbedəɦœʏ̯s/
Afbrekingbe·de·huis
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudbedehuizen

Voorbeelden van gebruik

Mijn huis zal een bedehuis heten, maar gij maakt het tot een rovershol.

Vertalingen

Afrikaansbedehuis; kerk
Catalaanseslésia; església
Deenskirke
DuitsKirche; Kirchengebäude
Engelshouse of worship; place of worship
Engels (Oudengels)cirice
Esperantopreĝejo
Faeröerskirkja
Finskirkko
Franséglise
Grieksεκκλησία; ναός
Hongaarstemplom
Italiaanschiesa
Latijnecclesia
LuxemburgsKrech; Kierch
Maleisgereja
Noorskirke
Papiamentskerki; misa
Poolskościół
Portugeescasa de oração; igreja; templo
Roemeensbiserică
SaterfriesSäärke
Schots-Gaelischeaglais
Spaansiglesia
Sranangado-oso; kerki
Swahilikanisa
Tagalogsimbahan
Thaisโบส; โบสถ์
Tsjechischcírkev; chrám; kostel
Welseglwys
Westerlauwers Friestsjerke
Zweedskyrka