Informatie over het woord acquit (Engels → Esperanto: absolvi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/əˈkwɪt/
Afbrekingac·quit
Shaw‐alfabet𐑩𐑒𐑢𐑦𐑑

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) acquit(I) acquitted
(thou) acquittest(thou) acquittedst
(he) acquits, acquitteth(he) acquitted
(we) acquit(we) acquitted
(you) acquit(you) acquitted
(they) acquit(they) acquitted
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) acquit (I) acquitted
(thou) acquit(thou) acquitted
(he) acquit(he) acquitted
(we) acquit(we) acquitted
(you) acquit(you) acquitted
(they) acquit(they) acquitted
Gebiedende wijs
acquit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
acquittingacquitted

Vertalingen

Afrikaanskwytskeld; vryspreek; vry verklaar
Catalaansabsoldre
Duitsfreisprechen
Esperantoabsolvi; malkondamni
Faeröersfyrigeva
Fransacquitter
Grieksαθωώνω
IJslandsfyrirgefa; sýkna; veita aflausn
Latijnabsolvere
Nederlandsvrijspreken
Portugeesabsolver
Saterfriesabsolvierje; äntbiende; fräispreeke; loosspreeke
Spaansabsolver