Ynformaasje oer it wurd indienen (Nederlânsk → Esperanto: prezenti)

Utspraak/ˈɪndinə(n)/
Ofbrekingin·die·nen
Wurdsoartetiidwurd

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) dien in(ik) diende in
(jij) dient in(jij) diende in
(hij) dient in(hij) diende in
(wij) dienen in(wij) dienden in
(gij) dient in(gij) diendet in
(zij) dienen in(zij) dienden in
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) indiene(dat ik) indiende
(dat jij) indiene(dat jij) indiende
(dat hij) indiene(dat hij) indiende
(dat wij) indienen(dat wij) indienden
(dat gij) indienet(dat gij) indiendet
(dat zij) indienen(dat zij) indienden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
dien indient in
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
indienend, indienende(hebben) ingediend

Foarbylden fan gebrûk

Maar als we een aanklacht tegen haar zouden indienen, zou ze gewoon beweren dat het een vergissinkje was van haar kant, en het zou niet meevallen om het tegendeel te bewijzen.

Oarsettingen

Afrikaanskaanbied; bedien; optree; voorstel; presenteer; índien; opvoer
Deenskforestille; præsentere; servere; udføre
Dútskanbieten; aufführen; bieten; darstellen; präsentieren; vorstellen; sich bieten
Esperantoprezenti
Fereuerskbera fram; kunna; nevna; vísa
Finskesittää
Frânskoffrir; présenter
Fryskoanbiede; ôfbyldzje; biede; bringe; dwaan
Ingelskintroduce; present; tender
Yslânskkynna
Italjaanskpresentare
Katalaanskpresentar
Noarskpresentere
Papiamintskpresentá
Poalskprzedstawiać
Portegeeskapresentar; oferecer
Roemeenskintroduce; prezenta
Sealterfryskanbjoode; apfiere; bjoode; deerstaale; foarstaale
Spaanskpresentar; representar; retratar
Sweedskpresentera
Taiskถวาย; แนะนำ; ยื่น