Informatie over het woord voorbijdragen (Nederlands → Esperanto: preterporti)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) draag voorbij(ik) droeg voorbij
(jij) draagt voorbij(jij) droeg voorbij
(hij) draagt voorbij(hij) droeg voorbij
(wij) dragen voorbij(wij) droegen voorbij
(gij) draagt voorbij(gij) droegt voorbij
(zij) dragen voorbij(zij) droegen voorbij
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) voorbijdrage(dat ik) voorbijdroege
(dat jij) voorbijdrage(dat jij) voorbijdroege
(dat hij) voorbijdrage(dat hij) voorbijdroege
(dat wij) voorbijdragen(dat wij) voorbijdroegen
(dat gij) voorbijdraget(dat gij) voorbijdroeget
(dat zij) voorbijdragen(dat zij) voorbijdroegen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
draag voorbijdraagt voorbij
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
voorbijdragend, voorbijdragende(hebben) voorbijgedragen

Vertalingen

Esperantopreterporti