Informatie over het woord vatten (Nederlands → Esperanto: preni)

Uitspraak/ˈvɑtə(n)/
Afbrekingvat·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) vat(ik) vatte
(jij) vat(jij) vatte
(hij) vat(hij) vatte
(wij) vatten(wij) vatten
(gij) vat(gij) vattet
(zij) vatten(zij) vatten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) vatte(dat ik) vatte
(dat jij) vatte(dat jij) vatte
(dat hij) vatte(dat hij) vatte
(dat wij) vatten(dat wij) vatten
(dat gij) vattet(dat gij) vattet
(dat zij) vatten(dat zij) vatten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
vatvat
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
vattend, vattende(hebben) gevat

Vertalingen

Afrikaanshaal; neem; oppik; vat
Catalaansagafar; prendre
Deensgribe; tage; tage op
Duitsfassen; nehmen
Engelsget; take
Esperantopreni
Faeröerstaka
Finsottaa
Fransprendre
Grieks (Oudgrieks)αἱρέω
Hongaarsvesz
Italiaansacchiappare; prendere
Latijncapere
Maleisambil
Noorsta
Papiamentstuma
Poolsbrać; wziąć
Portugeespegar; tirar; tomar
Roemeenslua
Russischбрать; взять
Saterfriesfoatje; nieme; pakje
Schots-Gaelischgabh; thoir
Spaanscoger; asir; tomar
Srananteki
Thaisเอา
Tsjechischbráti
Turksalmak
Westerlauwers Friesnimme
Zweedsfatta; ta; taga