Informatie over het woord oprapen (Nederlands → Esperanto: preni)

Uitspraak/ˈɔprapə(n)/
Afbrekingop·ra·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) raap op(ik) raapte op
(jij) raapt op(jij) raapte op
(hij) raapt op(hij) raapte op
(wij) rapen op(wij) raapten op
(gij) raapt op(gij) raaptet op
(zij) rapen op(zij) raapten op
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) oprape(dat ik) opraapte
(dat jij) oprape(dat jij) opraapte
(dat hij) oprape(dat hij) opraapte
(dat wij) oprapen(dat wij) opraapten
(dat gij) oprapet(dat gij) opraaptet
(dat zij) oprapen(dat zij) opraapten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
raap opraapt op
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
oprapend, oprapende(hebben) opgeraapt

Voorbeelden van gebruik

Al pratende raapte hij het muntstuk op en nu stierf zijn stem plotseling weg tot gemompel.
Hij raapte de tas dus op en gooide die op de achterbank.

Vertalingen

Afrikaanshaal; neem; oppik; vat
Catalaansagafar; prendre
Deensgribe; tage; tage op
Duitsfassen; nehmen
Engelspick up
Esperantopreni
Faeröerstaka
Finsottaa
Fransprendre
Grieks (Oudgrieks)αἱρέω
Hongaarsvesz
Italiaansacchiappare; prendere
Latijncapere
Maleisambil
Noorsta
Papiamentstuma
Poolsbrać; wziąć
Portugeespegar; tirar; tomar
Roemeenslua
Russischбрать; взять
Saterfriesfoatje; nieme; pakje
Schots-Gaelischgabh; thoir
Spaanscoger; asir; tomar
Srananteki
Thaisเอา
Tsjechischbráti
Turksalmak
Westerlauwers Friesnimme
Zweedsfatta; ta; taga