Informatie over het woord achterblijven (Nederlands → Esperanto: postresti)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɑxtərblɛɪ̯və(n)/
Afbrekingach·ter·blij·ven

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) blijf achter(ik) bleef achter
(jij) blijft achter(jij) bleef achter
(hij) blijft achter(hij) bleef achter
(wij) blijven achter(wij) bleven achter
(gij) blijft achter(gij) bleeft achter
(zij) blijven achter(zij) bleven achter
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) achterblijve(dat ik) achterbleve
(dat jij) achterblijve(dat jij) achterbleve
(dat hij) achterblijve(dat hij) achterbleve
(dat wij) achterblijven(dat wij) achterbleven
(dat gij) achterblijvet(dat gij) achterblevet
(dat zij) achterblijven(dat zij) achterbleven
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
blijf achterblijft achter
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
achterblijvend, achterblijvende(zijn) achtergebleven

Voorbeelden van gebruik

Bij de inspectie bleek dat er niet één was achtergebleven.
Een verstikkende zwaveldamp bleef in het vertrek achter.
Er zou misschien niemand achterblijven om wacht te houden.

Vertalingen

Afrikaansagterbly
Duitszurückbleiben
Engelslag; straggle
Esperantopostresti
Fransrester en arrière
Italiaansresti dietro
Papiamentsresta
Saterfriesbääteblieuwe; touräächblieuwe
Spaansquedarse atrás; tardar
Thaisอยู่ข้างหลัง
Westerlauwers Friesbenefterbliuwe